zondag 27 maart 2011

Nogmaals Republiek der Letteren
Cuperus en Heinsius

Nu een (deel van een) brief van Gijsbert Cuper aan Nicolaas Heinsius. Het gaat hierbij om een aantal recent ontdekte altaren in Nijmegen. Cuperus geeft de inscripties aan Heinsius. Op de tenstoonstelling komt het altaar van Brato ook aan bod.

De (Latijnse) brief van 12 september 1671 is te vinden in Burman op pagina 666 en 665.

De vertaling
Ik voeg bovendien aan dit briefje een paar inscripties toe, die in Nijmegen gevonden zijn. Ik heb ze al even genoemd toen jij in Den Haag allerhartelijkst je mijn lot aantrok.
Aan Jupiter, de Beste en Grootste, en aan de Beschermgeest van deze Plaats heeft Gajus Candidinius Sanctus, vaandeldrager van het Dertigste Legioen Ulpia Victrix (dit altaar) voor zichzelf en zijn familie gaarne en met reden opgericht in het jaar 185.
Aan zijn Matres Mopatres heeft Marcus Liberius Victor, burger van de Nerviers, graanhandelaar, (dit altaar) gaarn en met reden gewijd.
Voor de Matronae Aufaniae, Titus Albinius Ianuarius.
Voor de inheemse Jupiter, de Beste en de Grootste, heeft de oudgediende Brato gaarne en met reden (dit altaar) opgericht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen