Posts tonen met het label Republiek der Letteren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Republiek der Letteren. Alle posts tonen

zondag 27 maart 2011

Nogmaals Republiek der Letteren
Cuperus en Heinsius

Nu een (deel van een) brief van Gijsbert Cuper aan Nicolaas Heinsius. Het gaat hierbij om een aantal recent ontdekte altaren in Nijmegen. Cuperus geeft de inscripties aan Heinsius. Op de tenstoonstelling komt het altaar van Brato ook aan bod.

De (Latijnse) brief van 12 september 1671 is te vinden in Burman op pagina 666 en 665.

De vertaling
Ik voeg bovendien aan dit briefje een paar inscripties toe, die in Nijmegen gevonden zijn. Ik heb ze al even genoemd toen jij in Den Haag allerhartelijkst je mijn lot aantrok.
Aan Jupiter, de Beste en Grootste, en aan de Beschermgeest van deze Plaats heeft Gajus Candidinius Sanctus, vaandeldrager van het Dertigste Legioen Ulpia Victrix (dit altaar) voor zichzelf en zijn familie gaarne en met reden opgericht in het jaar 185.
Aan zijn Matres Mopatres heeft Marcus Liberius Victor, burger van de Nerviers, graanhandelaar, (dit altaar) gaarn en met reden gewijd.
Voor de Matronae Aufaniae, Titus Albinius Ianuarius.
Voor de inheemse Jupiter, de Beste en de Grootste, heeft de oudgediende Brato gaarne en met reden (dit altaar) opgericht.

dinsdag 22 maart 2011

Boxhorn en Blancard en Smetius
Republiek der Letteren

Een van de vitrines in de tentoonsteling gaat over de contacten die Smetius heeft met andere geleerden. Hij correspondeert veel en ook onderling spreken mensen over hem.

In het postscriptum van een brief van 15 mei 1644 laat Marcus Zuerius Boxhorn aan Nicolaas Blancard weten dat Blancard Smetius maar eens op moet laten schieten met Oppidum Batavorum / Nijmegen, stad der Bataven.

Of het geholpen heeft, is maar zeer de vraag: de handelseditie verschijnt (pas) in 1645!

De Latijnse tekst staat in Boxhorns Epistolae et Poemata, in de editie van 1662 op pagina 170 en in de editie van 1679 op pagina 223.

De vertaling
Ik kijk toch wel heel erg uit naar Oppidum Batavorum van Johannes Smithius. Jij, die in het huis van Smithius de Romeinse huisraad van die vermaarde oudheidkundige met je nieuwsgierige verstand bekijkt, moet die man eens indringend aansporen dat hij zijn begonnen werk afmaakt. Omdat alleen hij dit kan, zal hij daarom bij de huidige generatie bijval, bij de toekomstige eeuwige roem oogsten.